Het verlaagd tarief in de vennootschapsbelasting maakt al jaren deel uit van de gekende optimalisaties binnen de structuur van Belgische kmo’s.
Met de recente maatregelen die binnenkort zouden worden goedgekeurd en die retroactief in werking zouden treden vanaf 1 januari, zijn echter meerdere parameters gewijzigd. Op het terrein leidt dit tot steeds meer discussies. 

Bij Call+ zijn we – dat willen we graag benadrukken – geen fiscalisten en geen fiscaal adviseurs. Wij reiken tools aan; het zijn de cijferberoepen die hun klanten adviseren met hun eigen argumentatie.

Tegelijkertijd staan wij dagelijks in contact met partners, boekhoudkantoren en andere professionals uit de sector. In dit artikel proberen we samen te vatten wat we daar horen. De meningen verschillen en één ding staat vast: de regels zijn goed gekend, maar hun concrete impact moet geval per geval worden bekeken. 

Korte herhaling van wat veranderd is: 

Binnen de voorwaarden voor het verlaagd vennootschapstarief vallen vandaag vooral twee nieuwe elementen op: 

  • de minimale bezoldiging van de bedrijfsleider wordt opgetrokken tot 50.000 € 
  • de voordelen van alle aard mogen niet meer dan 20 % van de bezoldiging bedragen 

 

Twee mogelijke situaties: 

A) Er is al een Call+ oplossing aanwezig in het dossier

Wat als het VAA-plafond al volledig benut is? 

In een configuratie waarin Call+ optimaal wordt gebruikt, vertegenwoordigen de voordelen van alle aard reeds 20% van de bezoldiging.
Concreet betekent dit dat het plafond bereikt is en dat de resterende marge voor andere voordelen (wagen, gsm, internet, enz.) sterk beperkt wordt. 

Wat we horen op het terrein 

In gesprekken met onze partners komt regelmatig dezelfde vaststelling terug:
👉 het verlaagde tarief is niet langer altijd een automatisme. 

Sommigen zijn van mening dat de noodzakelijke verhoging van de bezoldiging, in combinatie met de beperkingen op VAA, in bepaalde gevallen duurder kan uitvallen dan het verwachte fiscale voordeel. 

Anderen blijven – vooral dossier per dossier – wel mikken op het verlaagd tarief. In dat kader horen we doorgaans twee benaderingen terugkeren: 

  1. Een lichte bijsturing van de bezoldiging die in aanmerking wordt genomen voor Call+, om te vermijden dat de grens van 20 % VAA wordt overschreden wanneer men dit combineert met bestaande voordelen. 
  2. De terugbetaling van bepaalde voordelen door de bedrijfsleider aan de vennootschap.
    Wanneer een voordeel volledig wordt terugbetaald, is er geen economisch voordeel meer voor de bedrijfsleider. Het wordt dan niet langer beschouwd als een voordeel van alle aard en telt dus niet mee voor het plafond van 20 %.
    In dat geval kan Call+ op zijn volle potentieel blijven worden ingezet. 

Bij Call+ nemen we geen standpunt in dit debat. We stellen enkel vast dat
de situaties steeds gevarieerder worden
.”
 

 

B) Er is nog geen Call+ aandelenoptieplan, de bezoldiging bedraagt 45.000 € en men wil het verlaagd tarief behouden

Volgens een boekhoudpartner van Call+ is deze situatie relatief “eenvoudig te beheren”: 

“Voeg een Call+ aandelenoptieplan-VAA van 5.000 € toe en het plaatje klopt.” 

Call+ zal voor dit type situaties een aangepaste prijszetting voorzien, met als doel een aantrekkelijke netto-/kost-vennootschap-verhouding te behouden binnen deze bezoldigingsschijf. 

Hebben we nog toegang tot het verlaagd tarief ?